|
|
|
Written by Eva
|
|
Monday, 17 May 2010 00:00 |
Voor de Tour de Nexct neme men: 18 enthousiaste mannen van Nexct, een aantal trainingskilometers naar smaak, en een lieftallig chaletje aan een stuwmeer. Mix dat met wat snelle en minder snelle racefietsen, stop het geheel in nieuwe Nexct-wielerkleding, en voeg tot slot een flinke dot sneeuw toe. Zet de regen uit en koel het op een temperatuur van zo’n 10 graden in de koelkast. Maak het geheel af met een fanatieke triatlete en gooi het hele zooitje op een bedje van Franse Alpen.
Woensdag vertrokken we voor de Tour de Nexct naar de Alpen: 4 dagen fietsen met Barry en zijn collega’s van Nexct, een aantal leveranciers en klanten, en vrienden Erik, Dick en Marc. Het weerbericht liet al 3 weken regen zien in die regio, dus we hadden er een hard hoofd in of de Alpencols te bedwingen waren. Of eigenlijk: wel af te dalen waren. Want omhoog lukt vaak nog we, maar dan… Maar dat is dan het voordeel van de triatleet: er zijn altijd zwembaden en ook lopen is nooit een probleem. En dus reisden Barry, Marc, Erik, Dick en ik af met 2 auto’s vol fiets-, loop- en zwemkleding, en dan de winterse varianten, want ook de temperaturen waren nou niet om enthousiast over te worden: hooguit 10 graden.
Warming up Na een kort nachtje in een Formule 1-hotel bij Grenoble kwamen we donderdagochtend aan bij Hotel La Douce Montagne in Allemont, en werden we welkom geheten door Maarten en Willemijn. Tot onze grote verbazing was het droog. Met z’n 5-en gingen we direct de fiets op voor het eerste ritje. Dik ingepakt, dat wel, maar allang blij dat het droog was. Het was heerlijk weer in de bergen te zijn. Hallo stuwmeer, we zijn er weer hoor! Ik ken het hier van de twee wedstrijden die ik hier heb gedaan. Het blijft een schitterend gebied. We klommen vanaf Allemont naar Villard Reculas, zeg maar de achterkant van de Alpe d’Huez. De berg hulde zich in nevelen; in een dichte mist reden we naar boven, zonder te zien waar de weg heen liep en hoe lang de klim nog duurde. En zonder uitzicht, dat was wel jammer. Ik haalde een Belg in die vrij wanhopig vroeg hoe lang het nog was naar de top, maar ik kon hem niet helpen: ik had deze kant nog nooit geklommen, alleen gedaald na de wedstrijd van vorig jaar en ik had echt geen idee meer hoe de weg liep. Toen door naar Huez. Je komt dan uit op de weg van de ‘echte’ Alpe en daar gingen we naar beneden. Bij het klimmen was het lekker warm, maar bij het dalen was het ijskoud. Pfffff even op de tanden bijten hoor! Toen maakten we ons rondje af via Bourg d’Oisans, en kwamen weer terug bij het hotel. Daar waren de anderen inmiddels gearriveerd en ik maakte kennis met alle mannen: nog 14 dus. Hoop namen om te onthouden! Er was een Bert die in mijn beleving geen Bert was, en ook een Karel die helemaal niet bij de naam Karel paste. Ja, zo wordt het lastig onthouden.
Col d’Ornon De eerste groepsrit ging naar de Col d’Ornon. Oftewel ‘de mietjesberg van Cor’, volgens Remi. De Ornon is inderdaad een vrij milde klim, met minder steile stukken erin. Top op 1373m. Een goeie opwarmer. Ik reed wel lekker omhoog, gevolgd door Tele(machos), die zijn zinnen erop had gezet mij in te halen (nieuw levensdoel dit weekend). Wat hem natuurlijk niet lukte. Alhoewel ik het laatste open stuk toch nog ff best zwaar vond! Hij lijkt dan vlak te worden, maar wordt het stiekem niet. Je mag hem gewoon op z’n lichtste verzet houden. Barry reed een paar keer heen en weer om mensen op te halen en wat te coachen. De meesten hebben niet zo heel veel fietservaring, laat staan dat ze vaak een berg oprijden. Toch kwam iedereen goed boven. We hadden zelfs een echte volgauto met daarin Hein en Bert, en allerlei warme kleding, drinken en eten. Luxe! De afdaling vonden de meesten een onwijze kick. Vooral Karel, onze jonge blonde zeiler, had nog nooit zo hard gereden op een fiets en liet zich flink naar beneden vallen. Lachen. Voor Dick zijn de afdalingen altijd een crime; die gaat ongeveer in sur place naar beneden. De jongens van de TVH zouden zeggen “Blijf nou es met je klauwen van die remmen af!!!” Maar hij vindt het gewoon echt niet relaxed en wil niet harder. Hij heeft trouwens ook nog hoogtevrees, dus eigenlijk is het al knap dattie boven komt. Eigen woorden: “Je hebt de slechte dalers, en daarachteraan kom ik.”
Die middag verplaatsen we onszelf en onze troep van het hotel naar het chalet Lac Douce aan het stuwmeer. Wat een gaaf huis en wat een schitterende plek! We hadden uitzicht op waar de start van de triatlon is. Het huis was heerlijk, met open haard en zelfs wasmachine en droger. We kleedden ons gauw om en deden nog een loopje van een uur. Barry en ik liepen het paadje langs het meer. Ik voelde me alweer helemaal thuis, met de bergen om me heen en de frisse berglucht.
We aten ’s avonds in het hotel en de eerste rozige gezichten van een inspannende trainingsdag waren al zichtbaar. De plannen voor de vrijdag werden gemaakt: de beklimming van de Alpe d’Huez, waarvoor de meesten waren gekomen. Dat leverde praatjes op. En weddenschappen. Inschattingen. Rangordes. Er werd overlegd over de te nuttigen drank en voeding onderweg. Klimtechniek. Energieverdeling. Aanvalstactieken. Wat ik ging doen? Nouja, omhoog rijden, als training. Wat voor tijd ging ik dan rijden? Poeh, nou ongeveer een uur ofzo? Barry had zitten opscheppen: dat ik vorig jaar tijdens de wedstrijd in 55’ omhoog reed, en hij in 57’. Dus de verwachtingen waren hooggespannen! Maarja, dit werd geen wedstrijd dus ik was niet van plan om gekke dingen te doen.
Alpe d’Huez De volgende dag: gespannen gezichtjes aan het ontbijt. Vandaag moet het gebeuren! We rijden heel rustig naar de voet van de Alpe in Bourg d’Oisans en maken daar een groepsfoto. En dan is het uur U aangebroken en moeten (mogen!!) we eraan geloven: de Alpe op. Gaaf. Karel klimt een stuk met me mee en ik stel hem gerust: de eerste bochten zijn én heel lang, én behoorlijk steil. Straks wordt het beter. Ik zet hem op z’n lichtste verzet (39-28) en pak een lekkere frequentie. Al gauw lig ik los, maar WTF?! Daar komt Barry ff omhoog zetten. Wat gaat die hard! Ik hoef niet heel lang te denken om te besluiten dat ik hem laat rijden. Dat tempo zou zelfmoord zijn. Hij verdwijnt dan ook al redelijk snel uit zicht. Hmm. Echt leuk vind ik dat niet, moet ik toegeven. De volgauto met Hein en Bert heeft een nieuw lid: Jos. Zijn gehuurde fiets heeft kuren en hij kan niet doorrijden. Balen. De mannen moedigen aan en filmen. Het staat op beeld voor het nageslacht! Ik heb het inmiddels vet warm gekregen, want er is nauwelijks wind. Dit is denk ik de 5e keer dat ik de Alpe omhoog rijd (waarvan 2 in de triatlon), maar hij blijft zwaar hoor. Er rijden zoals altijd best veel fietsers, en er staan dr een hoop ‘geparkeerd’. Na zo’n 40 minuten heb ik duidelijk een dipje en ik neem wat gas terug. Eenmaal op het stuk ‘met zonder vlaggen’ (normaalgesproken hangen daar vlaggen, maar nu niet) gaat het beter. Ik kijk op m’n horloge en besluit de laatste bochten dan nog maar even door te rijden. Volgens Maarten van het hotel had de snelste vrouw op hun ranglijst namelijk 1 uur 3 staan, en dat wil ik dan toch wel verbeteren natuurlijk. We hebben van tevoren uiteraard de gebruikelijke discussie over het eindpunt gehad, en we hanteren de ‘horecagrens’: de eerste streep plus doek als je het dorp inrijdt, en niet de Tour de France-finish een stuk verderop. Mijn eindtijd: 1.01.45. Nou, wel aardig ingeschat dus. Barry heeft hem flink doorgetrokken en reed 54’! Pfff. Ik vind het hard.
Na mij komen Karel (applaus, 1.04), Vincent (1.05) en Erik (1.06) over de lijn en veel anderen volgen met hele nette tijden. Telemachos reed vorig jaar 1.12 en wilde nu 1 uur (ach ja, ambitieus!), en dat werd 1.07. Toch 5 minuten eraf. Iedereen haalt het, in meer of mindere mate van kapotheid. Als laatsten finishen Lester en Johan in 1.55 uur. Maar ook zij zijn boven! Daarbij moet vermeld worden: Lester speelt beter gitaar dan dat hij fietst. PS: kijk ook eens de aflevering van BNN waarin ze de Alpe beklimmen. Zo lachen!
We hebben het inmiddels koud, ondanks de winterjacks, mutsen en handschoenen, en gaan dus dalen. Naar La Garde, want een deel van de groep doet nog het rondje naar Le Freney. De afdaling is ijskoud en ik ben blij dat we stoppen. Hergroepering bij La Garde. Wie gaat er terug? Wie gaat er mee? En waar is Enrico? Enrico? Iemand Enrico gezien? Reed hij voor of achter ons? Barry belt hem “Waar ben je?” Hij staat op de rotonde bij Bourg. Hilariteit alom. Nou, dan moet je eerst weer 6 bochten klimmen. Sterkte!!! We rijden ‘het richeltje’. Het is er doodstil en het uitzicht is adembenemend. Genieten. Gek eigenlijk, dat iedereen altijd maar die Alpe rijdt, terwijl er nog zoveel andere mooie routes zijn. Het gaat alleen wel omhoog en er zijn mensen die daar even genoeg van hebben. Barry maakt geen vrienden als hij al een paar keer geroepen heeft ‘nog maar een klein stukje omhoog, stelt nix voor’, en we dan toch weer 10% voor de kiezen krijgen. Vergelijk Marcel van der Plas en zijn historische “Vanaf nu is het alleen nog maar dalen” en de bijna-huwelijkscrisis die daaruit voortkwam… Jaja. Geloof het niet mensen! Bereid je altijd voor op meer: erger, verder, hoger!
Vanaf Le Freney rijden we terug naar Bourg en terug naar het hotel, alwaar je ’s middags pasta kunt eten. Dat gaat er bij iedereen wel in. En: we mogen onze tijden op de ranglijst schrijven! In het chalet is er de warme douche en gaat de open haard aan. Lekker warm. Als we net dreigen in te kakken op de bank voor de tv (Giro!), is het tijd om naar het zwembad te gaan. Barry en ik rijden naar Vaujany (ook een lekker klimmetje trouwens!). Aldaar hebben we 1, uno, eins, one baantje om tempo’s in te zwemmen. Krapjes, aangezien er vanalles in ligt en er allerlei slagen gedaan worden. We zwemmen 1000 in (Barry in 14 nog wat, doe ff normaal), en dan 200-400-600-400-200. Ik doe een poging Barry kapot te maken door m’n peddles aan te trekken als ik op kop ga, maar het enige effect is wat kramp in z’n voet. Jammer, want ik moet de volgende dag nog de Croix de Fer op met deze gast. Maar het was een dappere poging. We zwemmen nog wat uit en na een uurtje is er weer een warme douche en we rijden in de zeikende regen terug (maar: wat nu valt, valt morgen niet…). Tijdens het diner in het hotel is iedereen moe maar voldaan. Mooi om te zien.
Croix de Fer Het is de derde trainingsdag en dit zijn de meesten niet gewend. Toch is bedacht dat we vandaag de Croix de Fer oprijden. Ach mensen, dat lukt jullie best, hij is maar 2 keer zo lang als de Alpe. En wees niet bang, hij is niet zo steil. ;-) We zijn dan ook met een kleiner groepje: Barry, Karel, Erik, Marc, Dick, Vincent, Enrico, Oscar, Michael en ik. In het eerste deel zitten best steile stukken. Ik rijd dan ook wat rustiger omhoog dan gisteren. Er liggen ook flink wat stenen op de weg en het wegdek is vaak behoorlijk nat. Als we hoger komen, zien we gletsjer(tje)s langs de weg, en steeds meer sneeuw. Wauw. Het ziet er totaal anders uit dan in juli/augustus. Het wordt ook steeds kouder. In het laatste stuk zien we een marmot. Een echte marmot! Hij kijkt ons aan alsof hij denkt: “Hee stelletje idioten, wat doen jullie hier? Fietsen? Koud man!” Hij ziet er precies zou uit als in het logo van de Alpe d’Huez. Grappig. Hij hupt weg tussen de stenen. Naar een warm holletje waarschijnlijk. Het laatste stuk vlakt het uit en samen met Barry rijd ik naar de top: 2068m. Het ijzeren kruis staat helemaal in de sneeuw. Het is hier letterlijk en figuurlijk COOL!
De anderen volgen en iedereen is verbaasd over alle sneeuw. Bert is met de volgauto gekomen en we trekken allemaal onze warmste kleren aan. Tele heeft zelfs z’n winterjas meegenomen. Niet zo’n domme actie! Karel besluit nu eindelijk z’n onderzoek onder z’n fietsbroek uit te trekken (told you so…). Wat een timing, met je blote kont in de sneeuw. Marc’s fiets wordt nog getroffen door een zeer plaatselijke sneeuwstorm (met wat hulp van Barry). Zo jammer hè? Het uitzicht is schitterend en het was fijn geweest als het café open was geweest. Nu kunnen we niet lang blijven vanwege kans op onderkoeling. Eentje in de categorie ‘de helaasheid der dingen’. Met wat tegenzin (understatement) gaan we dalen. Na 2km zijn m’n handen bevroren en kan ik bijna niet meer remmen. Die van Tele ook: hij heeft handschoenen zonder vingerstukken. Karel heeft daar een oplossing voor: hij daalt met z’n onderboek om z’n hand heen gewikkeld. Creatief! We warmen even op en gaan dan door. Ik daal niet te hard: te koud. Gelukkig komen er nog twee stukken klimmen à 12% tussendoor. Even warm worden! Het laatste stuk dalen is geweldig; het gaat keihard rechtdoor en de ergste kou is weg.
Joehoeoeoeoeoeoee! Ging de heenweg in 1.50… met 45’ sta je weer beneden! Omdat ik 4 uur fietsen op het programma heb staan, besluit ik wat op te lussen en nog naar Bourg en terug te fietsen. Lekker. Op de terugweg pasta eten in het hotel en dan door naar het huisje en de warme douche. We kijken een belachelijke etappe van de Giro op tv. De mannen moeten over een lemen weg, in de regen, met een stijgingspercentage van 20% ofzo. M’n benen doen al pijn als ik ernaar kijk! De helden zien eruit als moddermannetjes. Het is wel onwijs spannend, dus we kijken hem af. Cadel Evans wint. Grappig, we reden net nog over de tekst “Yell for Cadel”. Dan is het tijd voor de looptraining. Ik mag 2 uur tussen zone 1 en 3. “Met festiviteiten?” vraagt Erik dan. Nee, geen opdrachten, maar de hartslag mag naar zone 3 als we omhoog lopen. John gaat met Barry en mij mee en we lopen via het paadje langs het water naar Allemont. Barry heeft dr weer lekker de sokken in. Wordt die man nooit moe??? We slopen John: na een uur besluit hij terug te wandelen naar het hotel en zich daar te laten ophalen. Oeps. Ja, hij wilde het zelf hoor! We hebben aangeboden langzamer te gaan, maar dat was niet nodig. Bar en ik klimmen terug door Allemont en met 1.30 is Barry klaar. We zijn nu helaas wel zeiknat geregend, maar liever nu dan tijdens het fietsen. Het laatste halfuurtje loop ik nog langs het water. En een hartslagzone’tje rustiger. Dank u!
Aan het zuurstof De laatste avond en we hebben BBQ in het hotel. Het is gezellig en de bolletjestruien worden verdeeld. Eentje voor de beste soigneur: Hein (die tijdens het aanduwen van een fietser zelfs een zweepslag heeft opgelopen), en twee voor de beste klimmers: Karel en Vincent. Vennoten en professionele triatleten waren uitgesloten van deelname ;-)) Toppunt van de dag was de stunt van Enrico en Oscar, die Tele hadden laten geloven dat de CO2-patronen die ze bij zich hadden (voor het oppompen van een band), inhalators waren, met zuurstof. Tele, altijd alert op ieders voeding, mogelijke doping, lichter materiaal of ander mogelijk voordeel, “Ohja joh?” Ja, das handig, als je geen lucht meer hebt, en heel erg moet hijgen, dan neem je zo’n ding met zuurstof en die inhaleer je dan, door je neus, goed over je longen, en dat helpt onwijs. Ohja, zei Tele, hij kende ook wel een paar schaatsers die dat gebruikten. Die wilde hij dan ook wel;-)))
Toetje Sommigen waren zaterdag al naar huis gegaan, de meesten vertrokken zondagochtend, maar Barry, Marc, Dick, Erik en ik reden zondagochtend nog een toetje: de klim naar Oz d’Oisans. Dat was nog best een kreng, 9km met een stuk van 15%. Nog voor de eerste bocht riep Marc ‘doei!’ en maakte rechtsomkeert. Klimmen met koude benen is ook echt niet lekker. Barry ging nog eens vooruit en Erik en ik klommen in praattempo. Alleen 50m voor de top vond hij het nodig om te demarreren. “Sorry’, zei hij nog, voordat hij ging, en ik zijn zelf in elkaar geknutselde “EYE-KEH-YAH” voor me uit zag schieten (snap je ‘em? Doehetzelf -> Ikea). Mooi is dat. Het dalen was wederom brrrrrr en als m’n remblokjes nog niet gesleten waren, dan lukte dat nu wel. In de afdaling kwamen we Marc nog tegen, die toch omhoog was gaan rijden. We cirkelden nog een klein lusje af en toen zat de Tour de Nexct erop. Wat kan ik zeggen? Het waren 4 fantastische dagen. Bedankt mannen!
|
|